Een huis. Meer dan honderd kunstenaars. Schilderijen, beeldhouwwerken, tekeningen, foto’s, videofilms. Een tapijt. In alle kamers, op alle verdiepingen: Welcome to Aeroplastics’ Full House!

De expositie heeft niet als doel de geschiedenis van de vijftien jaar activiteit van de galerie te schetsen maar ze wil een momentopname bieden die de spirit van de plek weerspiegelt. Het is geen portret, er een maken zou trouwens zeer moeilijk geweest zijn. Want wie moet je dan uitnodigen? Behalve de naaste leden die de esthetische lijn van Aeroplastics bepalen, moeten we ook de zeer talrijke beeldend kunstenaars meerekenen die regelmatig uitgenodigd worden voor grote en feestelijke exposities die de vele facetten van de comédie humaine verkennen: mutatie en grenzen van de lichamelijkheid, seks, individueel of collectief geweld, excessen van de consumptiemaatschappij, socioculturele stereotypen, conflict, ecologie, obsessies in alle mogelijke vormen…

Al deze thema’s en nog vele andere zitten in Full House. Tijdens het bezoek ontstaat er een logica rond verschillende grote gehelen. Op de eerste verdieping, aan de tuinkant, overheersen oorlog en geweld in een zaal die gedomineerd wordt door La liberté guidant le peuple, dat een decoratieobject geworden is (Kurt Treeby): kindsoldaten van Ronald Ophuis, grenzen en prikkeldraadversperring van Charley Case, aanbidding van de heilige Führer van Gottfried Helnwein, een beauty case-bom van Gregory Green, portretten van de veroorzakers van 11 september 2001, zonder de krankzinnige hooligans van Paul Smith te vergeten. Christoph Draeger geeft zijn visie (in de vorm van een puzzel) op de site van het ‘mekka van de hedendaagse kunst” na afloop van de oorlog: Documenta Zero (Kassel, 1945). Het vaandel van Lizène herinnert ons op de vooravond van de zogenaamde (alweer) cruciale verkiezingen aan de vreemde GGO die België vandaag is.

Robert Gligorov geeft de transitie aan en stelt de godin van de oorlogsrazernij voor als een zeer fragiel object. Zijn Minerva ligt als een gebroken ei op de grond en verwijst naar de installatie van Cathy Coëz, maar de gang tussen de twee zalen is ook een overgang van figuratief naar abstract.

Aan de straatkant verdwijnt de menselijke figuur volledig – een knipoog naar de neoconceptuele trend die momenteel overheerst in de galeries maar ook een herinnering aan de gevarieerde uitdrukkingsvormen die Aeroplastics verdedigt. Het spoor van de mens is echter alomtegenwoordig, zoals in het SF-landschap van Ryuta Amae of in de architectonische structuren van Bodys Isek Kingelez en Jean Katambayi Mukendi. Simone Decker produceert vreemde nachtgezichten van paviljoenen in voorsteden en Carlos Aires biedt ons een bucolisch beeld van een park dat bekend staat als belangrijke afspraakplaats voor de gay community eens de nacht gevallen is. De indrukwekkende schietstand van Roger Wagner verwijst naar de verbanden en de gescherpte messen van Stephen Shanabrook…De uiterst precieze inrichting van de bibliotheken van André Stas dialogeert met de geometrie van Georges Meurant, terwijl bij Carrie Yamaoka alle vormen oplossen.

Op de verdieping staat een zaal in het teken van het oproepen van de kindertijd, de nostalgie en de herinnering  – versie Aeroplastics. Love Child, schreeuwt het neon van Delphine Boël uit! De Special Friends (uit de reeks ‘Saved Souls’) van Mikel Glass creëren een onrustwekkende sfeer, net zoals de foto van de verdwaalde jongens in het onderhout van Ellen Kooi. Shadi Ghadirian en Ronald Ophuis (van wie de portretten verbonden zijn met plaatsen zoals Beslan en Gaza) herinneren eraan dat kinderen vaak de eerste oorlogsslachtoffers zijn en Skip Arnold, verborgen in een struik in de buurt van een meisjesschool voor een performance, zorgt voor een flinke dosis humor in dit alles.

Na een kleine kamer die gewijd is aan de werken van een groot aantal kunstenaars (Cindy Sherman, Douglas Gordon, Christian Boltanski, Jeremy Deller, Gilbert&George…), wordt het bezoek voortgezet met een thema dat de galerie na aan het hart ligt: seks in al zijn vormen. Gender en transgender  worden in de bloemetjes gezet met referentiefiguren als Del Lagrace Volcano en Annie Sprinkle, maar het seksuele en erotische thema biedt per definitie talloos veel mogelijkheden, zoals blijkt uit het werk van Terry Rodgers, David Kramer, Marcel Mariën of Chéri Samba. Till Rabus herinnert ons met zijn Capotes dans WC publique aan de voorzorgsmaatregelen.

Volg de gids niet: de tentoonstelling is overal en elk werk moet ook geapprecieerd worden voor zijn bijzondere karakter buiten de thematische context. En wie zich vragen stelt bij het waarom van dit alles verwijzen we naar de sculptuur van John Isaacs die de bezoekers verwelkomt en alle elementen in zich verenigt die typisch zijn voor de leidraad van Aeroplastics: If Not Now Then When ?

P-Y Desaive